Matteüs 17, 1-9
Jezus nam Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op.
Het leven bestaat uit hoogte- en dieptepunten. Uit bergen en dalen. Op een berg kun je beter terugkijken op de weg die je bent gegaan en op de weg die je wilt gaan. Op een berg heb je uitzicht over jouw leven. Jezus en zijn leerlingen gaan een hoge berg op en ontmoeten twee grote profeten. Mozes en Elia gingen in gesprek met Jezus. In Nederland hebben we geen bergen, maar we kunnen het af en toe wel ‘hogerop’ zoeken: op een stille plek God vragen om ons leven te leiden en de bestemming van ons leven overdenken. Openstaan voor stemmen en verhalen uit de Bijbel. Openstaan voor de weg van de Geest.
In de tekst van dit jaar worden Petrus, Jakobus en Johannes genoemd voor de namen van de drie profeten. Deze schikking richt zich niet op de profeten op de berg maar op de metgezellen van Jezus. De grote vaas wordt gevuld met water, bloemen en wilgentakken. Zand en stenen benadrukken de berg. De bloem staat symbool voor onschuld en zuiverheid; de intenties van de drie metgezellen waren goed. De bandwilg wordt geassocieerd met groeien en vertrouwen. Een wilgentak die je in de grond steekt groeit in korte tijd uit tot een boom.

Drie bloemen, symbool voor drie vrienden
die zorgen, meedragen met de vriend
op diens onbekende weg,
in vertrouwen groeien.